Tabaksteelt in Amerongen
Drie eeuwen verbouwden boeren in dit gebied tabak als hoofdmiddel van bestaan. Op de oude vruchtbare bouwlanden op de zuidflank van de Heuvelrug groeiden jonge tabaksplantjes goed.
De tabaksteelt maakte van Amerongen een welvarend en bloeiend dorp.
Op initiatief van Amsterdamse kooplieden begon aan het begin van de 17de eeuw de tabaksteelt rond Amersfoort en Nijkerk. De tabaksteelt breidde zich snel uit naar Amerongen en Rhenen. Tabak en de omgeving van Amerongen en Rhenen zijn sterk met elkaar verbonden.
Er staan hier nog ongeveer 20 tabaksschuren van de 70 in 1940. Het landschap werd in de 18de en 19de eeuw bepaald door deze schuren en de tabaksvelden die waren omringd met hoge heggen van pronkbonen. De meeste schuren hebben een nieuwe bestemming gekregen: van woonhuis tot landbouwschuur tot een museum over tabaksteelt.
Succes
Het succes van de tabaksteelt in ons land kwam door de manier waarop boeren de tabaksteelt aanpasten aan het weer. De tabaksboeren kweekten de zaadjes in broeibakken en bouwden droogschuren. Dit waren typisch Hollandse uitvindingen die later ook in andere Europese landen werden overgenomen.
Tabaksschuren
De tabakschuur waarin de tabaksbladeren worden gedroogd, is een Nederlandse uitvinding. De schuren die er nu nog staan komen uit de 19de eeuw omdat de houten constructie verteerde. Waarschijnlijk werden deze droogschuren ook in de 18de en 17de eeuw gebouwd. De droogschuren rond Amerongen en Rhenen zijn op bijna dezelfde wijze gebouwd. De voor- en achtergevel hebben grote openslaande deuren, zodat de karren met bladeren makkelijk naar binnen kunnen. De tabaksschuren hebben een pannendak – dat lucht doorlaat – tot bijna op de grond. De zijwanden en achtergevel zijn voorzien van zwart geteerde planken die gedeeltelijk over elkaar gespijkerd zijn om inwatering te voorkomen. Dit heet ‘gepotdekseld’. Ventilatie is in de schuur heel belangrijk om de bladeren beter te laten drogen. In de wanden zitten ventilatiekleppen. Bij nat weer gaan de kleppen dicht, bij droog weer half of helemaal open. Zo kan verse lucht via de luiken naar binnen en de warme, vochtige lucht via het pannendak verdwijnen. Het binnenwerk van de schuur bestaat uit een constructie van boomstammen die de ruimte in vakken opdeelt. Dit wordt de ‘hank’ genoemd. Hieraan kunnen van de nok tot ongeveer 1,50m boven de vloer de tabaksbladeren worden gehangen.