Sociaal economische omstandigheden

 

11Vanaf de 17de eeuw tot in de 20ste eeuw draaide de economie van Amerongen rond de tabak. De teelt zorgde voor veel werk, maar was ook kostbaar. Het werk werd gedaan door pachters en hun gezinnen.

 

Het geld, nodig voor de bouw van droogschuren en de bemesting van de akkers, werd betaald door de grondeigenaren. Zij verkochten de verbouwde tabak van hun land aan de tabakshandelaren. De helft van de opbrengst was voor de grondeigenaar, de andere helft voor de pachters.

 

De kasteelheer

De kasteelheer was belangrijk voor de tabaksteelt. De eerste melding van tabak rond Amerongen is uit 1645: in dat jaar kocht de heer van Amerongen een stuk land voor de aanplant van tabak. In 1830 bezat hij 28 hectare grond waarop tabak werd geplant.

 

De gehele teelt rond Amerongen was 105 hectare. Bijna een kwart van de teelt was op grond van de kasteelheer. De tabaksboeren gebruikten deze grond en ruimte in de droogschuur. Ook betaalde de kasteelheer de mest van schapen of duiven voor op de akkers en leende ook geld aan de tabaksboeren als ze dat nodig hadden. Elk jaar kreeg de kasteelheer na afloop van de pluktijd in september de grootste plant van het veld door zijn pachters aangeboden. Hierbij werd door de pachter een versje opgezegd:

 

Baas hier is de leste plant van Uw land,
’t is niet voor giften of gaven,

Maar om het keelgat te laven,
’t is niet voor mijn alleen,
Maar voor m’n kameraden meteen.

 

De kasteelheer trakteerde de tabaksboeren dan op een borrel. De plant, ‘bouwplant’, werd opgehangen en bewaard tot het volgende seizoen.

 

Werkgelegenheid

Het kasteel zorgde ook voor werk naast de tabak. Onderhoud van tuin en kasteel, personeel voor huishouding, timmermannen, voedselleveranciers waren nodig. Naast de kasteelheer waren er andere grootgrondbezitters die hun land verpachtten aan tabaksboeren. In de bloeiperioden bezorgde de tabaksteelt voor zowel grondeigenaar als boer een goed inkomen.

 

De tabaksboeren waren niet het hele jaar bezig met de tabaksteelt. Ze verbouwden ook andere producten en hielden koeien en schapen. Er werd goed verdiend door de verkoop van wol en mest door schapenhouders. Wolkammerijen en kleine sigarenfabriekjes in de omgeving maakten gebruik van de lokale grondstoffen. Het beroep uitoefenen van tabaksteler werd langzaam moeilijker. De meeste tabakstelers in Nederland waren eind 19de eeuw al gestopt. In Amerongen ging men door. Aan het begin van de 20ste eeuw leidden de Amerongse tabakstelers een armoedig bestaan. Bijverdiensten zoals een café, winkeltje of een timmermansbedrijfje waren vaak noodzakelijk.

 

Hard werken

In het hoogseizoen, de oogsttijd, was het vaak hard werken om de tabaksbladeren snel van het veld in de droogschuur te krijgen. Ook kinderen hielpen mee. Met karren vol tabaksbladeren reden ze van het veld naar de droogschuur. Ze zorgden voor verse bladeren voor degenen die de bladeren aan het snijden waren. Dit insnijwerk werd door een volwassene gedaan. Een ander, vaak met hulp van kinderen, reeg ze aan de lange spijlen. Volwassenen hingen de volle spijlen in het bovendeel van de tabakschuur, de zogenaamde hank.

 

Versteegh

Versteegh was een beroemde tabaktelersfamilie in Amerongen. De familie bezat in de 19de eeuw grote landerijen en droogschuren die zij verhuurden. Zij verkochten de tabak aan de tabakshandelaren en maakte zo veel winst.

 

Pieter Versteegh (1820-1911) verkocht veel tabak in Arnhem en Antwerpen. Zijn gehele leven spande hij zich in voor behoud van de tabakscultuur en nam hij proeven om de tabaksteelt te verbeteren. Zijn zoon G.P.J. Versteegh (1856-1941) zond in 1912 zijn geoogste tabaksbladeren van dat jaar naar een tentoonstelling in Brussel. Zijn tabak was van zo’n goede kwaliteit dat hij de eerste prijs en een gouden medaille ontving. G.P.J. Versteegh woonde op Hof 4 waar zijn dochter Johanna na zijn dood bleef wonen. Johanna Versteegh (1899-1976), liet in 1940 een van haar tabaksschuren vlakbij de Drift verplaatsen naar de achtertuin van haar huis aan het Hof.  Dit is nu het Tabaksteeltmuseum.

 

Graaf Aldenburgh Bentinck

In 1879 werd graaf Aldenburgh Bentinck kasteelheer van Amerongen. Hij probeerde de tabaksteelt weer vooruit te helpen, maar zijn plannen mislukte doordat er geen interesse was. Ook zijn plan om bloembollen te telen in plaats van tabak mislukte door de concurrentie uit de omgeving van Haarlem.


Copyright © 2012 Tabaksteeltmuseum Amerongen - Website door Pixion